Een thermoskannetje met warme thee. Iets met bloemen. Is mijn eerste gedachte als ik mijn ogen opendoe en merk dat ik me eigenlijk niet kan bewegen. Een paar meter verderop zie ik een wazig sneeuwbergje, een soort verhoging in het witte landschap. Mijn fiets gelukkig mijn fiets ligt er nog. De herinneringen aan gisteravond komen als nevelflarden langs. Ik probeer de beelden te vangen, maar ze zijn aan het vervagen samen met mijn fiets. Mijn fiets mijn fiets mijn fiets.
Ik zit dus in die boshut met mijn beste vriend. Te praten. Ik heb het over klittenband. Ik zeg dat is uitgevonden op basis van eigenschappen in de natuur of uit de natuur. Net wat je wil. Van die achterstevoren stekeltjes, waardoor planten en zaden aan je kleren of aan je vacht blijven hangen. Nuttig. Mijn beste vriend zit jenever te drinken en let niet op. Ik kwaad. Ik ga fietsen zeg ik. Doemarwajenielatekann zegt ie. Zodoende. Dat was het. Klittenband.
Sneeuwvlokjes kleven zich nu vast aan mijn wollen jas, aan mijn das, aan mijn wanten, aan mijn muts. Mijn laarzen kan ik niet zien, omdat ik mijn hoofd niet kan bewegen. Hier sta ik. Mijn hersenen razen. Doen er alles aan. Compenseren de onbeweeglijkheid. Sneeuwstorm in mijn hoofd.
Het gaat daar alle kanten op. Ik zal het ze eens vragen mijn hersenen.
Hoe zit dat met die boshut. Wat is dat voor boshut en waar is dat bos. Ik zie geen bos. Godallejezus koud ja. Toch best warm aangekleed. Onder de buitenste laag een warme legging, broek, Noorse sokken, idem trui, een zijden hemd. Zijde isoleert in de winter en koelt in de zomer en vetvlekken krijg je er alleen met wasbenzine uit. Aaah, wasbenzine, vlam, vuurzee. Kan dat?
Het was een goed plan. Retraite, meditatie, qi gong, lekker buiten. Dag 1 ging goed. Maar hij had dus die jenever meegenomen en dag 2 ging het sneeuwen.
Er hangt geloof ik een ijspegel aan mijn neus. Het ijs op mijn wangen prikt een beetje. Heb ik gehuild? IJsregen?
Een paar weken geleden ontstond het idee. Even de internal self oppoetsen. In de vrije natuur. In principe goed bedacht. Dus met doosjes met spulletjes en eten eropuit. En de fietsen. De hond moest ook mee, maar daar was ik tegen. Geen hond. Dispuut. Gewonnen. Ik.
Wat een intense witheid. Wat is het wit. Windstil wit. Het witste stilste wit dat ik ooit heb gevoeld heb aangeraakt mij heeft aangeraakt. Razende stilte. Genieten van de schoonheid van de natuur nu. Ook al kan ik die opzij en achter me niet waarnemen. Willen is kunnen. Daar komt iets op me af is het Bambi of iemand anders of wie hé Bambi zie je mij ik ben hier in deze glazen verpakking maar ik ben het echt. Hert? Hallo hert?
Hert zegt ik ben geen hert ik ben een rendier zie je dat niet zag je me niet rennen? Ik ben géén – de mensen vergissen zich wel eens – géén, zeg ik, hert. Heb je het trouwens niet een beetje koud. Op deze hoogte wil het nog wel eens flink vriezen en ik dacht dat ik een ijspegel zag staan maar er zit blijkbaar een mensdier onder die glanzende deken. U bent wel verdwaald zeg. Niet goed bezig. Gaan we doen?
Het rendier staat stil, kijkt me aan. Grote bruine warme zonnen in een streng groot hoofd. Ik kijk terug. Ik realiseer me dat mijn voorpoten gevoelloos zijn geworden. Kan hem de hand niet schudden.
Jee wat een knots met die takkenbos op zijn kop ik breek nog in tweeën als hij me ramt, dat gevaarte.
Ja het was een goed project van mijn beste vriend en mijzelf maar nu vraag ik me af wat ik behalve dat hert en dat rendier en die fiets nog meer zie. Ligt daar een been nee toch ja god een been lijkt wel heeft schoen van mijn beste vriend de vriend van mijn beste been van mijn beste vriend?!
Bloed? Rood op wit, schitterend, wat is er toch.
Wat Is Er??
Wat denk jij ervan hertevriend? Heeft u iets gezien? Kunt u mij verder helpen? Kunt u 112 bellen nee dat zal niet gaan?
Het rendier stapt bedaard op me af en zegt ik arresteer u in naam der wet u hoeft niet te antwoorden op vragen en alles wat u zegt kan tegen u gebruikt worden komt u nu maar mee het is al laat en een kop erwtensoep zal u goed doen.
Het begint licht te worden door het hoge raam.
Het klittenband om mijn voor- en achterpoten knelt een beetje. Mijn jas hangt over de verwarming, mijn das en muts ernaast. Het smalle bedje is hard. Er staat thee op tafel. In een vrolijk gebloemd kopje.
Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te geven.