a t. n i g h t. t h i n g s. f l o a t.

Zo’n slapeloze
Zo’n doorwaakte
Zo’n vol gedachten
Zo’n bange
Nacht
Zo’n

Zo’n ontoegankelijk landschap
Zo los van iedereen
Zo’n – het moet – doe het nou maar – niets vragen –
– te laat –
Volgende etappe

We zitten onder een
Kapotgeschoten tafel
Waar is iedereen?
We kruipen uit de loopgraven
Niemand
Kijkt ze?
Mijn moeder
Iets of iemand
Ver weg of dichtbij – haar rug
Vertelt de verte die voor haar ligt
De savannes
Die achter haar liggen
Ziet ze mij?

We klimmen
Uit het oude huis
Uit de ruïnes
Uit wat we nog weten
Halfweg loslaten
Laten
Een dag
Wind
Regen
Maan
Geen muziek
Wind en maan
Afstand
Drijfzand
Vasthouden/loslaten
Klimmen
Bovenlicht
Waar is iedereen?

Ze staat
Ze draagt de loden klok
De loden jas
De rok van Harris
De tas, dat kleine universum
De loden schoenen
Ze staat er klein en is niet bang
Doorschijnend
Disconnected
– te laat –
Volgende etappe

We zwermen weer
Door het land
Over de heuvel
Bos
Zee
Maan
Sterren
De vraag is nog
Is er iemand?
Iemand die mij ziet
Mij ziet dansen
Anyone at all