Jarenlang reed ik één, twee keer per week naar mijn bejaarde moeder.
Eerst woonde ze nog in haar eigen huis en toen dat niet meer houdbaar was, in een verzorgingshuis.
En er was altijd wel wat.
Een bericht, een vraag al dan niet midden in de nacht, een probleem, iets regelen, met de kapper afspreken, de dokter, de thuiszorg, de poetsvrouw, de pedicure, you name it …
Het blijkt verre van uniek te zijn, het gesleep en gesleur.
Van andere mantelzorgers, die ook door de labyrinten van het regellandschap achter de feiten aanlopen, hoor ik vaak gelijkaardige verhalen.
Van de laatste jaren heb ik notities gemaakt en het laatste jaar in tekeningetjes vastgelegd.
Een manier om het overzienbaar te houden.
Drie jaar lang hebben de tekeningen in mappen en kistjes gezeten.
Hebben ze een verhuizing doorstaan.
Losse schetsjes, aantekenboekjes, echte tekeningen.
Er kwamen collages bij, de Boodschappenman verandert op zeker moment in een man-met-zeis, er verscheen een getekende bokshandschoen.
Die slingerde rond in mijn werkplaats.
De resterende helft van een paar. De andere helft is lang geleden ten onder gegaan in Zuid-Frankrijk. Meegesleept in verval en neergang van een vriend, die er het paradijs zocht en er eenzaamheid vond.
Zijn einde was niet fraai en de bokshandschoen heeft niet geholpen. Die is ook nooit meer teruggezien. De linker. Ik heb de rechter. Misschien had dat andersom gemoeten.
Het is een verhaal van eenzaamheid. Een verslag van ellende.
Mooi sterven is er niet.
Want daarover gaat het.
Restanten van waardigheid, aftakeling, verlies. Verlies van functies, van persoonlijkheid.
Goed om weer naar de tekeningen te kijken.
Als ik ze nu zie ben ik niet meer bedroefd en niet meer boos, want dat was ik óók, moet ik lachen en voel ik me eigenlijk helemaal niet schuldig, over mijn moeder als monstertje.
Recent heb ik dagboekfragmenten uit die periode opgezocht.
Ik zag dat ik Hermes erbij had gehaald, boodschapper van de goden.
Die sympathieke multitasker, god van handel, dieven, reizigers, god van de slaap, van de welsprekendheid, muziek en patroon van de schilders. Onder andere.
Met behulp van zijn attributen vliegt en zweeft hij overal naartoe: god van het verkeer.
Een mooie taak: als Hermes Psychopompos begeleidt hij de zielen van de gestorvenen naar de onderwereld. Ach ja.
En ja, het was ook een waardevolle tijd. Ik heb er niet voor gekozen, maar heb kennis gemaakt met situaties van leven en dood, waarom raar genoeg (of niet zo raar) gelachen kon worden. Ook met mijn moeder, die ik veel beter heb leren kennen. Ze was ver heen, maar zei wel dingen als “Kind, ik zie er niet meer uit, ik ben helemaal gemuteerd”. En tot het eind toe: “Ach we krijgen allemaal wel wat, gewoon een beetje flink zijn”.
Dus dat deed de Boodschappenman.

Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te geven.