Vanwege de uitvaart van een buurman bevinden wij ons in een eeuwenoud kerkje in een schitterende binnentuin. Rust en ruimte.
Het was een schok dat de buurman ons was ontvallen, maar blijkbaar was er al vijf jaar sprake van ziekte. Wat niemand wist.
Ondanks de verdrietige omstandigheden, lijkt de weduwe vrij monter.
Met alles erop en eraan krijgen we een H. Eucharistie te verwerken.
R wil eigenlijk om principiële redenen het eeuwenoude kerkje verlaten, maar beleefdheid houdt hem aan zijn stoel genageld. Ikzelf zie het meer als antropologisch curiosum, waarbij ik mij afvraag hoe het kan dat mensen dit geloven en willen meemaken. Het meelispelen van gewijde spreuken, het opstaan en weer gaan zitten, het bidden, het aanraken van een kruis, … ‘dit is mijn lichaam’ … en al die weggedachte vrouwen … en al die vrome snoeten …
Heel vreemd.
Nochtans heeft dit plechtig stilstaan bij een voorbij leven iets vredigs. Een ogenblik van contemplatie in onze tegenwoordige ruige wereld, waar je eigenlijk gewijde en rituele momenten als deze zou moeten koesteren. De priester, een best leuke man op gympen, maar in gewaad, spreekt ons steeds aan met ‘broeders en zusters’. Ik vind dat enigszins bezwaarlijk: ja, je zuster. Maar goed.
Op een cruciaal moment breekt de zon door en wordt het glas-in-loodraam een schitterend licht. Een warme gloed komt over ons.
Het is mooi dit te mogen ervaren, ook al ben ik niet gelovig en speelt mijn protestantse basis mij lelijk parten.
Er is iets van ‘samen’, ook dankzij de priester, die begint met te zeggen dat iedereen, ongeacht wat dan ook, welkom is. Ik ervaar de bijeenkomst een beetje als meditatie. Niet verkeerd.  Al met al duurt het geheel anderhalf uur.
Na afloop spreken we in de herfstige binnentuin nog met wat buren, dat komt ook nooit voor en dan drinken we koffie bij het nieuwe tentje op de hoek. Allemaal fijn, en zo vliegt de ochtend om.