Ik probeer me te concentreren. Ik wil uitvinden wat deze situatie van afzondering en onveiligheid met me doet.

Het voelt alsof ik bovenop een berg zit. Ik kijk naar de verte. Ik ben los van de wereld. Het is allemaal gedaan. Ik voel de wind op mijn huid, door mijn haar. De verte is onbereikbaar.

‘The eve of destruction’ en ‘God only knows’ en die wind en die verte en die onheilspellende stilte weven vroeger en nu door elkaar. Losgezongen.

Buiten is het meer dan doodstil. De wereld lijkt bevroren.
Wie zal ik zijn als we hieruit komen? Heb ik nog dat leven voor me, waarvan ik dacht dat ik het voor me had? Zal de situatie er nog naar zijn?
Hetzelfde? Het is toch niet denkbaar, dat alles gewoon verder gaat, alsof er, vanaf het punt, waarop de stekker eruit ging, niks is gebeurd? Hopelijk gaat er een versobering optreden. In doen en denken.
En zal er solidariteit zijn?

Zelf voel ik me op dit moment als losgescheurd van een moeizaam verworven familie. Ik ben bang, dat die weg is. Terug bij af en verder.
Het lijkt wel of de bom gevallen is en wij onder het puin vandaan kruipen om te constateren, dat de mensen weg zijn, maar de gebouwen er nog staan. Het is eng.

Erg is ook dat mijn hoofd zo leeg is. Er gebeurt daar gewoon niks. Beter zou ik gaan lezen, maar daar heb ik ook al geen zin in. Het punt is dat dit an sich een bekende situatie is. Zo’n leegte, stilstand was in principe nooit erg, het komt wel weer, dat wist je, maar het verschil is, dat je het nu niét weet. Hoe lang gaat dit duren? Je hebt op het verloop geen invloed en de krachten, die loskomen ken je niet.

We’re all in it together. Door een artikel in The New Yorker realiseer ik me, dat ik veel afhankelijker ben van de anderen dan me lief is.
Zo was dat niet. Ik freewheelde een beetje rond. Het maakte allemaal niet zoveel uit. Geen redenen om bang te zijn. Je ziet iemand, je spreekt iemand, het gaat ergens over of niet, maakt niet uit, volgende keer beter. Als het niet bevalt, ga je ergens anders kijken. Vrijblijvend was het woord. Maar nu: het is van levensbelang, dat we op elkaar letten. We zitten in hetzelfde schuitje. Dat was al, maar het is nu wel een vrij duidelijk schuitje geworden. Al dan niet lek.

Zie zo. Het is middag geworden.
De zon schijnt. Ik maak plannen voor Vietnamese noedelsoep en aubergineflan.
Ook het werk aan deze site vordert gestaag. Er worden face-time-gesprekken gevoerd met de kleinzoon, die zich ook verveelt en vraagt wanneer hij nou eíndelijk weer eens kan komen. De planten op het terras trekken zich nergens iets van aan. De majestueuze beuk is vandaag helemaal uitgelopen. De merel nestelt in de klimop op een verantwoorde afstand van ongeveer 3 meter van ons terras en van tijd tot tijd brengt hij ons een bezoekje.
No sweat.
Voor nu is alles prachtig.