notitie 1
Het is warm. Alle ramen staan open. Verkeer in de verte. Grijze ruis. De zwaluwen omschrijven beschrijven definiëren occuperen het luchtruim. Bob Dylan. Een windje door mijn ruimte. Plok, daar slaat beneden op straat een voordeur dicht. Gepraat. In de verte stijgt het geluid van een vrachtwagen boven de grijze ruis uit. Het ruikt naar zomer. In onze dichtbevolktheid ruikt de zomer naar mensen en wat die al eten en doen. Diesel, een sprankje. Een krijsend kind. Troost.
notitie 2
De schetsen op de wand. Hersenspinsels van houtskool en sommige conclusies. Plakbord. Het worden er steeds meer.
Ik zie ze loslaten
Wegwaaien
Niet blijven zitten
Vallen
Op de grond liggen
notitie 3
De wereld. Kan ik me er niet iets van aantrekken? Alles is aanwezig. Ik ben in de wereld.
notitie 4
Andere omgeving.
Het eiland is niet veranderd. De rotsen aan de westkant: otherworldly. De oceaan. De aanwezigheid van oude geesten. Heilige grond. Meeuwen. Kleine plantjes, kleine beestjes, korstmossen, konijnen, vogels, venkel, zwarte mosterd, leeuwentand, wilde kamperfoelie, zandblauwtje enzovoort. Ik hoor scholeksters en winterkoninkjes. Ik ruik de zee, de algen. De harde westenwind blaast mijn haar in mijn gezicht.

Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te geven.