SPLEEN

Alles in de wervelwind
Ik ben een schipperschervenkind

Dat begon ik op te schrijven, maar ik voel me helemaal geen schipperschervenkind. Bovendien zou je dat met dubbel s moeten schrijven en dat vind ik niet mooi.

Alles kantelt, draait, wentelt. Geen dag is hetzelfde.
En mooi is dat.
Bijna altijd.
Een blij kind ben ik.
Bijna altijd.

Door een domme actie – met te veel spullen in mijn handen gehaast de stalen trap op – raakte ik afgelopen week geblesseerd met dikke voet en uitstralende pijnen: ik stootte ongenadig hard mijn rechterscheen.
Kwalijk. Van mezelf.
Zo ongeconcentreerd rondlopen.
Gedachten al bovenaan de trap, terwijl het hoe-daar-te-komen nog alle aandacht vraagt.
Bovendien vraagt de Freud in mij zich af, waarom dit ongeval (zelf veroorzaken) op dit moment?
(Ja, misschien toch schipper(s)schervenkind.)
Terwijl mijn voet als een ballon op een kussen op een stoel ligt te niksen, moet ik allerlei vrolijke activiteit afzeggen of verplaatsen.
En dat ‘waarom’ .. moet ik nog es over nadenken.

Nee, wentelen, draaien en kantelen: ik laat dat graag toe.
In principe.
Oké, een (1) gedachte dan alvast, ik had beter moeten weten, .. HIER EN NU .. leef hier en nu en laat je niet afleiden door gisteren of morgen.

Dus begeef ik mij voor het eerst van mijn leven naar een acupuncturist.
Een warme, zonnige dag is het. Het begint buiten wel al een beetje benauwd te worden en de lucht is aan het betrekken.
In de serene en prachtige praktijkruimte, waar ik me plotseling bevind, is aanvankelijk geen mens aanwezig, behalve ikzelf en stilte, mooi licht en buiten een merel, die het onweer aankondigt.

Daarna gaan op onwaarschijnlijke plaatsen naalden in mijn lichaam.
De doorstroming in mijn lijf krijgt een boost en ik val als een blok in slaap.
Na een paar stevige rukken aan mijn been en idem manipulatie van mijn voet – wentelen, draaien en kantelen – ben ik zo goed als nieuw.
Bijkomende mededeling: je milt is een beetje geblokkeerd. Milt, spleen, blue, weemoed, de zetel van zwaarmoedigheid, 19e-eeuws orgaan, …
Nou dat weer.

Op het lommerrijke pleintje breekt het onweer met bijpassende stortbui los, juist op het moment dat ik gelouterd naar huis vertrek.
Intussen kan ik me wel weer gewoon bewegen en de pijnen zijn bijna helemaal weg.
Maar ja. Die milt.