In een doos vind ik een stapeltje dagboeken van vele jaren oud. Verslagen van een vorig leven in een vorige wereld. Vreemd is dat ik sommige dingen echt totaal ben vergeten. Sommige mensen ook. De dagboeknotities brengen daar geen verandering in. Er komt geen of slechts een flauwe herinnering bovendrijven. Dat is wel gek, vind ik. Zo heb je, terwijl je denkt van niet, een incomplete herinnering. Je hebt blijkbaar niet meer dan een globaal idee, je voelt een soort algemene teneur van hoe het was.
Alles is een beetje door elkaar geroerd in de grote soeppan en de details zijn verwaterd.
Ook is opmerkelijk dat destijds door mij genoteerde waarnemingen – ‘iets zit zus of zo in elkaar en het ís zo’ – op dit moment heel anders of helemaal niet in mijn geheugen zijn opgeslagen. En een tof feest, bijvoorbeeld, met ontzettend leuke mensen, allemaal nieuwe vrienden, fantastisch gesprek mee gehad etc. … kan me er niets van herinneren en de namen zeggen me niks. Een destijds sympathiek geacht persoon zit in mijn herinnering als een niet zo aangenaam iemand.
Mankeert er iets aan mijn hersenpan of is dat een vanzelfsprekende bescherming, een natuurlijke defragmentatie van al te veel info op de harde schijf? Of vervormt het heden het verleden?
Dat kan natuurlijk. Ik weet van mezelf dat ik kleur en gewicht van sommige herinneringen heb weten te veranderen. Brainpower. Die exercitie was nuttig voor de rest van mijn leven.
Douwe Draaisma – het geheugen is ‘een dampend regenwoud’, waarin herinneringen over elkaar heen groeien, woekeren en afsterven – die moest ik er nog maar eens op naslaan. Er is natuurlijk heel veel over geschreven, maar het is gek om het opeens life te ervaren.

Iets anders wat daar zwart op wit te lezen valt: het verslag van een avondlijk gesprekje met iemand, met wie ik deelnam aan een wijsgerig symposium ‘De Waarheid van Fictie’. Ik weet nog goed (denk ik..) dat het een fijne bijeenkomst was. Madame Bovary (zij leeft) en Calvino en zo.
Maar het gesprekje: het ging over Luiheid. Luiheid om een idee een idee te laten en niet verder uit te werken. Als idee is het immers goed en ja, een uitgewerkt idee is iets anders dan het idee, dat in eerste instantie fungeerde als startschot. Ikzelf vond (toen) dat ideeën moeten worden uitgewerkt, sterker nog: gematerialiseerd. Nodig om tot nieuwe ideeën te komen. Nu vind ik dat echt minder. Minder noodzakelijk in elk geval. Veel minder noodzakelijk. De man zei het prachtig: beter tien vogels in de lucht dan één in de hand …
Ja.

En wat doe ik nu met die herinneringen en gedachten? Niks.
Koesteren en verder hun gang laten gaan, want dat doen ze toch wel en over tien jaar nog eens kijken.